“Ik denk dat je met beeld een gevoel kunt weergeven van de magie van een gebied, neem de kleuren. Of van het landschap. Zeker in een voor kinderen onbekende wereld is het zo waardevol om ze beelden te geven, ze daarin dus een stukje mee te laten reizen.”

Marieke ten Berge

Illustrator en auteur

Marieke is een Nederlandse illustrator en grafisch kunstenaar. Ze maakt visuele verhalen die geïnspireerd zijn door de gebieden boven de poolcirkel, de wilde dieren die daar leven en hoe het landschap daar verandert. Ze staat bekend om haar prentenboeken die wereldwijd verkocht worden, zoals Rana, Zuid, en Noord. Een aantal van Mariekes kunstwerken staan onder dit interview, en natuurlijk kan je ze ook vinden op haar website.

Waar kom je vandaan en waar woon en werk je nu?

Ik woon in Nederland, maar ben veel in Noorwegen en jaarlijks op Spitsbergen waar ik dan verblijf als artist in residence.

Waar werk je momenteel aan en hoe ziet een typische dag er voor jou uit?

Ik ben net terug uit Spitsbergen waar ik mijn prentenboek heb afgerond, over het poolgebied. En waar ik aan mijn ijsdagboeken heb gewerkt. Ook geef ik er les in creatieve technieken, samen met een bevriend kunstenaar.

Ik werk nu ik terug ben in NL aan een kinderboek vol ijskoude verhalen uit de wereldgeschiedenis. Samen met Adwin de Kluyver. Als ik in Nederland ben is mijn werkdag veelal hetzelfde, na het ontbijt hoef ik maar 2 deuren verder, omdat mijn studio aan huis is. In een voormalige koeienstal. Daar heb ik mijn drukpers staan en werk ik aan mijn grafische en illustratie projecten. Als ik op locatie werk is het anders, zeker op Spitsbergen, omdat ik dan ook meer op pad ben om me onder te dompelen in mijn project thema’s. En om mensen te spreken die mij kunnen helpen met informatie over een bepaald onderwerp.

Is er iets specifieks dat je inspireerde tijdens je verblijf in de poolgebieden dat je in je kunst wilt vastleggen?

Mijn focus is afhankelijk van mijn projecten. Voor kinderboeken ben ik meer gericht op wildlife. Maar voor mijn grafische projecten ligt mijn onderzoeksgebied vooral op gletsjers en zeeijs.

De inspiratie is enorm, omdat het zo snel verandert, in kleur, in vorm en hoe het landschap zich aanpast aan de huidige klimaatverandering.

Wat verraste je het meest aan de poolgebieden dat niet vaak terugkomt in visuele verhalen?

Dat je niets kunt plannen, telkens gebeurt er iets waardoor je eigen plannen moeten wijken. Dat is voor mij een enorme les in wie er de baas is.

Hoe heeft het fysiek aanwezig zijn in de poolgebieden je werk beïnvloed?

Ik denk dat het mijn werk doorleefder maakt. Het observeren is één ding, maar het voelen, het aanraken, de dagelijkse verandering zien. De snijdende wind, of  juist de wind die te veel warme lucht naar binnen blaast en daardoor in een uur tijd het landschap weer heeft getransformeerd. Dat maakt dat ik me meer kan inleven in mijn werk.

Bij Zuid heb ik bewust gekozen niet naar Antarctica te reizen. Maar gebruik te maken van de bronnen, beelden en mensen uit mijn netwerk die er wel zijn geweest als wetenschapper of als gids.

Noord en Zuid laten kinderen kennismaken met de poolgebieden. Welke verantwoordelijkheid voel je bij het vormgeven van het eerste mentale beeld dat een kind van deze plaatsen heeft?

Ik voel een grote verantwoordelijkheid om feiten goed weer te geven, maar ook de dieren naar waarde te portretteren, maar wel aansprekend voor kinderen. Natuurgetrouw maar toegankelijk.

Ik hoop met deze boeken verwondering te wekken, kinderen te laten reizen naar onbekende gebieden en dat ze doordat ze kennis maken met deze dieren ze ze in hun hart sluiten en dus ambassadeurs worden voor deze gebieden.

De boeken leunen sterk op visuele vertelling. Wat kan illustratie over deze regio’s overbrengen dat tekst niet kan?

Zeker voor kinderen die heel visueel zijn ingesteld is dat beeld zo belangrijk. Ik denk dat ze naast elkaar bestaan en het één niet zonder het ander kan. Ik denk dat je met beeld een gevoel kunt weergeven van de magie van een gebied, neem de kleuren. Of van het landschap. Zeker in een voor kinderen onbekende wereld is het zo waardevol om ze beelden te geven, ze daarin dus een stukje mee te laten reizen. Met de dieren of door een bepaald gebied. Zeker als tekst het voorstellingsvermogen te boven gaat is het fijn het te ondersteunen met illustraties. Al wil je sommige dingen ook aan de verbeelding overlaten.

Als je Noord of Zuid vandaag opnieuw zou bezoeken, zou je dan iets veranderen gezien de snelle ontwikkeling van het poolverhaal?

In beide boeken staat klimaatverandering al centraal zonder het zwaar of hopeloos te maken. Dat is nog steeds een actueel verhaal maar we zien ook hoe dieren en natuur zich aanpassen. Met mijn jaarlijkse verblijven op Spitsbergen zie ik een enorme ontwikkeling in de opwarming van dat gebied, het terugtrekken van de gletsjers, het gebrek aan zeeijs, zelfs in de winter. Misschien moeten we de boeken na een jaar of 5 weer eens bekijken en aanpassen aan de huidige situatie. Hopelijk zijn alle dieren er dan nog, want sommige aantallen lopen wel heel hard terug.

En per gebied is het ook zo verschillend, zoals de ijsberenpopulatie, die zich in bijvoorbeeld Spitsbergen lijkt aan te passen. Al maakt ze dat niet minder kwetsbaar, maar het gebied is constant in beweging. Bij non-fictie over de poolgebieden zou het wijs zijn om de zoveel tijd te kijken wat nog actueel is.

Aan de andere kant is het ook een soort tijdsopname, dat maakt het ook mooi. Ik wil heel graag de wereld laten zien van nu, ook als die misschien over een tijd er heel erg anders uit ziet.

De natuur staat centraal in Rana. Zie je de natuur als decor, als personage of als moreel kader?

In Rana gaat het vooral over een klein poolvosje, maar dat poolvosje is mijn tool om kinderen kennis te laten maken met de immense schoonheid van het poollandschap.

Dus het is vanuit welk perspectief je er naar kijkt. Voor mijzelf is de natuur altijd het  moreel kader. Maar dat is vaak te abstract voor (jonge) kinderen en daarom kies ik zoals bij Rana, en bij mijn nieuw te verschijnen “Odin” voor een personage in de vorm van een dier, die door het landschap heen beweegt en daar lessen uit leert.

Wat is het beste advies dat je tot nu toe in je carrière hebt gekregen?

Cliché, maar toch werk maken wat dicht bij jezelf ligt, en soms buiten je eigen denk of creatieve kaders durven te gaan. Dat brengt soms nieuwe inzichten en nieuwe mogelijkheden.

Wat is de grootste uitdaging waar je momenteel voor staat in je carrière?

Of ik me helemaal kan specialiseren in poolgerelateerd werk. Ik denk dat ik dat nog niet helemaal kan waarmaken, maar mijn doel en dus uitdaging is me daar helemaal op te gaan richten, in mijn grafische werk als kunstenaar maar ook in mijn non-fictie en fictie werk als illustrator.

Wie is jouw grootste mentor of steunpilaar geweest en wat heb je van hen geleerd?

Jan Wit en Paula de Ruiter, zij reisden beiden vanaf begin jaren tachtig met hun eigen zeilschip jaarlijks naar het poolgebied, en ze zijn beiden kunstenaar. Ik leer zoveel van ze, van hun prachtige verhalen, en van hun betrokkenheid in mijn leven persoonlijk en als kunstenaar.

En Sarah Gerats. Zij is een dierbare vriendin op Spitsbergen die met haar rust en wijsheid mij enorm kan helpen richting te vinden in mijn werk en hoe ik mij kan verhouden tot het poollandschap.

Welk advies zou je jonge kunstenaars geven die zich op de polen willen richten?

Ik wil beslist geen massatoerisme stimuleren naar deze gebieden, maar als kunstenaar zijn er mooie alternatieven zoals een Arctic circle of een ander soort residency programma. Ga voor langere tijd als het kan en lukt dat niet, lees veel, kijk documentaires, spreek af met mensen die de gebieden kennen. Zo verbreed je je kennis, en je kijk op dingen, dat zal altijd je werk ten goede komen.

Aan welke vaardigheid werk je momenteel, of hoop je te ontwikkelen? Zijn er onderbelichte verhalen over de poolgebieden – op wetenschappelijk, cultureel of ecologisch gebied – die volgens jou meer aandacht verdienen?

Ik werk nu vooral aan verschillende druktechnieken. Ik wil dat verder uitbreiden om mijn gletsjerportretten verder te kunnen ontwikkelen.

Ik zou me heel graag verder willen verdiepen in het landijs, hoe dat zich verhoudt tot de snelle ontwikkeling van klimaatverandering en ik zou daarin graag meer wetenschappelijke onderbouwing willen. Ook probeer ik mijzelf te trainen in het snel maar correct weergeven van bijvoorbeeld landschappen, of wildlife. Dat ik kan documenteren wat ik zie, zonder gelijk foto’s te maken. Omdat ik dan het gevoel ook opsla, door de keuzes die ik maak door het bijvoorbeeld te tekenen.

(Mijn droom is om op research schepen mee te gaan en te documenteren in getekend beeld.)

Ik zou heel graag ergens de vertaalslag willen maken voor kinderen over het belang van gletsjers. Hoe is dat te vangen in een format wat aanspreekt, natuurlijk wetenschappelijk onderbouwd, maar in een aansprekend en makkelijk te lezen en te kijken boek voor kinderen?